wit (9): cerith wyn evans

door johan_velter

Wyn_evans_3

Minstens moet een boek bladen bevatten. En gedrukt zijn. De letters leesbaar. Het kunstenaarsboek ontkent echter elke definitie. Cerith Wyn Evans (° 1958) is een conceptueel kunstenaar. Het denken wordt van het beeld losgekoppeld om beide in een later stadium in het kunstwerk zelf bij elkaar te brengen. Wyn Evans werkt regelmatig met literaire teksten: de woorden zijn van iedereen geworden. Woorden kunnen beelden worden om een nieuwe betekenis te krijgen. Van hem richtte deSingel eind vorig jaar de tentoonstelling “…” in. Er verscheen een kunstenaarspublicatie met dezelfde titel en het woord ‘delay’ toegevoegd. Het boek bevat de zin:permit yourself to drift from what you are reading at this very moment into another situation … imagine a situation that in all likelihood you have never been in”. Dit is een citaat van Stephan Pfohl in een essay over de films van Guy Debord.

Christophe Van Eecke schreef daarover op Apache: ‘De publicatie vormt meteen ook de link naar het laatste luik van Evans’ expositie: de installatie Un coup de dés jamais n’abolira le hasard (2009), waarin Evans voortborduurt op werk van Stéphane Mallarmé en Marcel Broodthaers en eveneens met geperforeerde bladen werkt.’

De witte bladen van het boek (dat dezelfde afmetingen heeft als het boek van Mallarmé –en dus ook van Broodthaers) refereren aan wit licht. De letters van het boek zijn niet zwart gedrukt maar in de bladen uitgesneden. De gaten tonen het wit van de volgende bladzijde. De laatste pagina echter toont de zwarte letters van de tekst van Moritz Küng over dit boek. Van een stijlbreuk gesproken. Maar ook op andere bladzijden zie je soms een deel van de uitsnijdingen op de volgende bladzijde. De letters zijn als vorm duidelijk aanwezig maar minder evident te lezen. Er moet gegist worden, te meer omdat de letters uitgesneden zijn langs hun omtrek en dat de kenmerkende elementen van het binnenste weggelaten zijn. Het lettertype is ontworpen door Paul Elliman en gebaseerd op een font van Josef Albers.

Een tweede ‘moeilijkheid’ is dat de letter e steeds lager staat dan de rest van het woord. Niet alleen de letters maar ook de woordbeelden zijn daardoor vreemd. Het leesproces is hier eerst een kijken en daarna een ontcijferen. Pas langzaam geeft de zin haar betekenis bloot. We worden geconfronteerd met de materialiteit van de letters en de woorden: de taal wordt een ding. Het paradoxale is dat het materiële benadrukt wordt door de uitsnijding, dus door een leegte. Het boek krijgt hierdoor een relatie met architectuur als een vorm geven van ruimte, van leegte. Wyn Evans gaat nog verder: de ruimte van het boek wordt tijd. Het leesproces wordt vertraagd, we worden bewust van het lezen, het lezen wordt werken. Het werken denken.

Advertenties