farizeeën

door johan_velter

Er zijn dingen die terugkeren. ‘Poëzie in dubbeltijd’ heeft de gedichten alweer laten vermorzelen door Koen Van Synghel. Gedichten werden nu (o.a.) op lelijke, witte stoelen geschilderd. Van Synghel is geen van Doesburg. Enkele jaren geleden heeft hij voor Watou gedichten op grafzerken gepresenteerd. In Antwerpen heeft hij vorig jaar in de kathedraal de oude schilders als bonbons gepresenteerd. Wat is het nut hiervan, wat de betekenis of de relevantie?

In <H>art (11.02.10) verzucht Roland Patteeuw: ‘Hier en daar opgetrokken kraakwitte podiumpjes waarin de gedichten nooit tot hun juiste ‘ontplooiing’ komen. En dan spreken we nog niet eens van de ‘witte bidstoelen’ in verschillende kerken. Flauwe design die er niet in slaagt het draagvlak te vormen voor het dieperliggende reflecterende proces van poëzie. Geef me dan toch maar de intimiteit van het boek.’

Ook dat is nu gezien: poëzie in de open ruimte. De contradictie: de waarde van de reflectie tegenover het extraverte van de open ruimte. Het is een truc geworden, een toeristische valkuil, een poging om interessant te doen. Beter ware: zwijgen, lezen, stilzitten.

Advertenties