het kleine warme water – vervolg

door johan_velter

Maria en Jef gaan naar de bibliotheek.

Maria: Jef, Jef, mijn Fjodorski, mijn Dostojevski.

Jef: Stil, ik lees.

Maria: Jef, Jef, we gaan naar de bibliotheek. Nieuwe boeken halen.

Jef: Ik blijf thuis.

Maria: Wat? Thuis? Dat is nieuw.

Jef: Dat ze me gerust laten.

Maria: Hoe, waarom, wat is er gebeurd?

Jef: De laatste keer, de laatste keer! (Hij wordt kortademig.)

Maria: Jef, Jef. Rustig. Wat is er de laatste keer gebeurd?

Jef: De laatste keer, de laatste keer! Ik kon niet weg. Ze bleef maar ratelen. Niet alleen moest ik horen wat die bibliothecaresse tijdens haar weekend doet, welke taarten ze bakt en staarten ze pakt maar ook vroeg ze hoe het met mij ging en wat ik deed! En wat ik voelde!

Maria: Jij? Maar jij bent van mij. Wat heeft zij daarmee te maken?

Jef: Niets! En ik niets met haar! Dat ze me gerust laat! Ik ga naar de bibliotheek om een boek te halen. Ik wil een bibliotheek met boeken en geen gezever.

Maria: Maar … Maar nu begrijp ik het. Ik hoorde de laatste keer twee bibliothecaressen tegen elkaar spreken en ik verstond het toen niet. Dat was het dus. De ene vroeg aan de andere ‘Hoeveel streepjes heb jij al? Ik heb er al zeven.’ En de andere zei: ‘Twaalf en een nieuw recept voor rabarbertaart. Weet jij waar ze goedkope slipjes hebben?’

Maria en Jef gaan niet meer naar de bibliotheek.

Advertenties