domheid (2)

door johan_velter

In ‘Domheid voor beginners: een stoomcursus’ schrijft Matthijs van Boxsel ook over de ‘hiërarchologie’. Hij vermeldt uiteraard het Peter-principe: men stijgt tot men incompetent is – sommigen zijn echter al eerder onbekwaam maar worden door de lucht omhoog gestuwd – stijgende canapés, bedmatrassen, politiek zakgeld. De domtop verdraagt alleen incompetentie.

Van Boxsel doet wat lacherig over de democratie, de monarchie. ‘Moraal: democratie bestaat bij de gratie van een koning, op voorwaarde dat hij een knuppel is.’

De ervaring toont het omgekeerde: als de domheid aan de top van een organisatie staat, dan sijpelt ze door en niets of niemand kan dit verhinderen. Het hele systeem wordt daardoor dom. Wat doen verstandige werknemers/burgers dan? Die draaien hun rug.

Het is merkwaardig te beseffen dat er vroeger vorstenspiegels geschreven werden, dat kunstenaars de ideale vorst afbeeldden op wandtapijten en olieverfschilderijen. Intellectuelen schreven de heersers voor wat goed voor land en bevolking was. De een vond dat het ware geloof verdedigd moest worden, de ander dat de tolerantie meer rechten had. Alle humanisten hebben zich beziggehouden met de vraag wat een goede manier van leidinggeven is. ‘Il Principe’ van Machiavelli was een poging om de objectieve mechanismen te beschrijven en de morele principes aan banden te leggen. Diderot schreef zijn opmerkingen over de ‘Nakaz’ van Catherina de Grote. De persoon die leiding geeft maakt wel degelijk een verschil.

In openbare besturen idioten benoemen, is daarom een misdaad.

Hoe uit zich die domheid?

  1. de organisatie waar de domheid regeert, wordt door een andere organisatie overgenomen –formeel en/of inhoudelijk. De organisatie zelf heeft geen eigen doeleinden meer maar kopieert die van de andere.
  2. de organisatie legt zichzelf ook in handen van de ander: ‘zeg mij wat ik moet doen, ik val voor u, ik lik u, aai mij’. Rationele argumenten zijn overbodig. ‘Daar doen ze het, wij dus ook’ is de opperste intellectuele prestatie.
  3. dit noemt men samenwerking. Maar omdat men zelf geen visie heeft, is dit een overname. Omdat dit gebeurt, zorgt men voor zichzelf: zie 5 en 6. Dit geeft echter ook als gevolg dat men zelf niets meer doet: het zijn altijd de anderen die verantwoordelijk zijn. Men is afhankelijk en men koestert zich in die onafhankelijkheid.
  4. het management volgt procedureregels; omdat deze procedures geen inhoud hebben, kunnen ze ook snel en gemakkelijk vervangen worden; management is gecamoufleerde domheid.
  5. men loopt er de kantjes van af: omdat men geen inhoud heeft, valt men voor het decorum. Eten, recepties, gratis dit en gratis dat. Men reist. Gelden voor de vliegtuigreizen van de domheid dan geen ecologische bezwaren? Nee, want men vliegt op lucht. De kantjes zijn ook: men denkt niet na, men wauwelt, men heeft veel werk, men doet overuren, men doet veel thuis.
  6. de domheid (la stupidité) kan de organisatie alleen maar als een eenheid zien: iedereen moet één en dezelfde stem hebben. Tweede fase: iedereen moet er gelijk uit zien. Men introduceert een uniform. Derde fase: niemand mag alleen zijn, iedereen moet elkaar controleren.
  7. natuurlijk verdraagt de domheid geen kritiek (of een andere stem). Domheid is namelijk niet grappig maar arrogant en machtsbelust (ze heeft ook alleen maar macht, die komt in de plaats van de hersenen). Kritiek veronderstelt afstand, domheid heeft een massa nodig. Domheid vormt geen zinnen, geen alinea’s, geen hoofdstukken. Domheid kirt en herhaalt losse woorden.
  8. domheid vermenigvuldigt zichzelf: domheid a heeft domheid b nodig.
Advertenties