de dingen (4)

door johan_velter

De aandacht voor de dingen is een naar buiten gekeerde emotie, het is het toelaten van de werkelijkheid in de eigen belevingswereld. Het belang van de ‘Vlaamse Primitieven’ is hierin gelegen: een materialisme die de dingen als ding aanvaardt. Een lelie verwijst naar de maagdelijkheid van de Moeder Maagd maar krijgt in de eerste plaats een sensuele uitwerking en heeft een schilderkunstige noodzaak. Hoe religieus de Vlaamse Primitieven in hun onderwerpskeuze ook mogen zijn, we worden hier geconfronteerd met een atheïstisch-materialistisch moment.

We zouden dit een humanistisch materialisme kunnen noemen: de dingen hebben een waarde en staan in relatie met de mens. Deze laatste niet zozeer als bezitter of pronker maar als gebruiker. Mens en ding zijn met elkaar verbonden omdat dingen door mensen gemaakt zijn. Ze zijn producten van menselijke arbeid en vernuft. Na de ‘Vlaamse Primitieven’ is deze sensualiteit ook herkenbaar in het werk van Chardin. De voorwerpen van Morandi daarentegen hebben geen eigen identiteit maar zijn elementen van een metafysische sfeer – daarom ook is Morandi slechts een derderangsschilder. Hij gebruikt de dingen niet om de dingen zelf maar om te verwijzen naar het iets. Hij begeestert.

De ‘Arts and crafts’-beweging wilde de maat van de mens in de dingen leggen. Het menselijke streven moet zichtbaar zijn. Waardevol, duurzaam, mooi, evenwichtig, verzorgd, met aandacht gemaakt. Omdat de dingen met smaak gemaakt zijn – uit eerbied voor de functie- wordt het gebruik ervan ook bedachtzamer.

De aandacht voor de dingen is verbonden met een levenswijze. Tzvetan Todorov publiceerde een boek over de zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst met de titel ‘Eloge du quotidien’, zijn werk over de ‘Vlaamse Primitieven’ heette ‘Eloge de l’individu’. De schilderkunst toonde iets anders dan de officiële woorden.

Advertenties