de dingen (3)

door johan_velter

‘De enge poort’ van André Gide is een zoektocht hoe om te gaan met schuld en boetedoening, met verantwoordelijkheid voor en over het verleden en hoe er moet geleefd worden. Gide geeft twee mogelijkheden: de vlucht in het irreële, het metafysische, de godsdienst en de aanvaarding van het materiële, het leven in de werkelijkheid. Zijn psychologisch doorzicht houdt het boek en de thematiek nog steeds overeind. Op het einde van het boek (we schrijven 1909 en toen kon de schrijver nog een levensles als slot van een boek schrijven) laat hij zijn heldin verklaren waarom ze ongemakkelijk is in het bijzijn van haar getrouwde zuster (de vertaling is van A.H. Nijhoff): ‘Misschien, omdat ik zie, dat dit geluk zo akelig praktisch is … zo gemakkelijk te veroveren en zo precies ‘op maat gemaakt’, dat de ziel erin bekneld raakt en er langzaam in sterft…[…] O, Heer … behoed mij voor een geluk, dat zo gemakkelijk veroverd wordt. Leer mij naar een ander geluk te streven… help mij mijn geluk voor U te bewaren… […]. Alissa is de nicht die boete doet voor het zondig gedrag van haar moeder. Jérôme is verliefd op haar. Alissa verzaakt aan de liefde voor het hogere (op het einde zal ze natuurlijk sterven). Het is Juliette, die altijd verliefd geweest is op Jérôme en dat ook gebleven is ondanks haar huwelijk en haar kinderen, die het boek besluit met (en zo lezen we een tweede slot): ‘Kom…’, zei zij eindelijk. ‘We moeten tot de werkelijkheid terugkeren…’

De Westerse ideeëngeschiedenis is perfect te beschrijven aan de hand van deze pendelbeweging: een streven naar het hogere en het afwijzen van het werkelijke en de tegentendens van het materiële. Aan de hand van deze tegenstelling (die echter niet altijd elkaars tegengestelde was maar soms complementair was) zouden we ook de religieuze geschiedenis kunnen beschrijven.

Wanneer Erasmus zijn ‘etiquette-boek’schreef, was dit niet alleen om mensen in een keurslijf te dwingen maar ook om de dingen in hun waarde te laten: rijke stoffen waar veel arbeid in zit, dienen niet om achteloos mee om te gaan. Daarom was de status van de brief ook zo belangrijk: een materieel bewijs van vriendschap en hoogachting. En in het verlengde daarvan: het boek als waardevol object omdat de ideeën belangrijk waren, omdat het streven naar waarde werd geschat. Binnen een humanistische context kon het boek als object ontwikkeld worden: het aardse, het materiële is belangrijk omdat het zowel het goddelijke als het menselijke in zich verenigt. Beide aspecten versterken en bewijzen elkaar.

Advertenties