stabiel

door johan_velter

De monniken deden en doen vier geloften: armoede, gehoorzaamheid,kuisheid en stabiliteit. Kuisheid begrijpen we nu als seksuele onthouding. Oorspronkelijk werd daar een ingetogen levenswandel mee bedoeld. Deze vier deugden zijn verbonden met het humanistisch mensbeeld –dat vandaag de dag een eindpunt lijkt bereikt te hebben. Terughoudendheid bijvoorbeeld. Hoe ver staat dit van modewoorden als ‘zich er in smijten’, ‘er voor gaan’, ‘er helemaal klaar voor zijn’? Of hoe ver staat armoede van consumentisme? En gehoorzaamheid van het verzet tegen de canon, het verleden, de wetenschap? Stabiliteit staat natuurlijk tegenover mobiliteit. Deze vier deugden –die ook de deugden van een seculiere maatschappij zijn – staan in contrast met de verheerlijking van de romantiek.

De bibliotheek was van oudsher een stabiele plaats: de boeken die door de voorouders verzameld werden, waren een basis voor het nageslacht. De boeken werden verzorgd en ingebonden alsof ze een eeuwige waarde hadden. De stabiele plaats was een beeld voor een stabiele maatschappij, vaste kennis. Het boek was een steen. Niet alle boeken moesten gelezen worden: de aanwezigheid ervan was voldoende. Elk boek een mogelijkheid, een traptrede. Dat de bibliotheek bestaat (en vandaag de dag moeten we eraan toevoegen ‘én de boeken’) was op zich al voldoende en een culturele waarde. Meer nog dan het lezen was het bewaren en overleven van belang. Een boek dat bewaard werd en wordt is een culturele –en dus humane – daad (nog geen taak want het woord taak duidt op een zich moeten verzetten). Het omgaan met boeken was een ‘natuurlijke’levenshouding.

Advertisements