robert devriendt – tourcoing

door johan_velter

Tourcoing is een stad zoals er zoveel zijn. Stadsvernieuwing – zoals overal elders. Contradicties. Een openbaar domein dat voorbehouden wordt voor het toerisme. Een bevolking die cultuurvreemd staat tegenover de gerenoveerde gebouwen. Armoede die verdoezeld wordt door gezandstraalde stenen. De hoop dat een mooie façade de ellende zal verdrijven. Men wil een grootstad zijn maar ontbeert veel. Er wordt niet kwalitatief-hedendaags gebouwd. Het verleden staat in dienst van de middenstand.

Het museum van Tourcoing heeft een aantal werken dat de moeite is. De presentatie is echter slungelig. Het museum is gratis. Werken worden ver uit elkaar gehangen om het kleine aantal te verdoezelen. Een lege muur als het werk uitgeleend is aan een ander museum. Een aantal werken van Eugène Leroy – de Noordfranse god – waarvan een vroeg werk geïnspireerd lijkt te zijn op een stilleven van James Ensor. ‘Wall drawing 659’ (1990) van Sol Lewitt, twee werken van Josef Albers. Er zit geen lijn in deze collectie. Een verzameling toeval.

Daartussen hangen enkele horizontale lijnen van Robert Devriendt. ‘Peintures & scènarios’ heet de tentoonstelling. De schilderijen zijn van Devriendt, de scenario’s van schrijvers als Saskia de Coster, Annelies Verbeke, Peter Verhelst, e.a. Robert Devriendt laat in de catalogus schrijvers zijn beelden ‘beschrijven’. Of beter: naast deze beelden worden teksten gezet. Ze zijn niet elkaars beschrijving, ze leunen tegen elkaar aan. De schilderijen worden er niet door vastgelegd: elke kijker stelt zijn eigen verhaal samen. En inderdaad: passie en misdaad.

In 2006 heeft Verhelst een reeks gedichten voor Robert Devriendt geschreven. Nu heeft hij een tekst bij ‘Les amants de la Forêt’, uit 2007, gemaakt. 1. Een auto in de nacht. 2. Een blondine voor een giftig-roze hemel. 3. Een halfhoge, witte laars in het bos. 4. Een valk. 5. Op de voorgrond groene struiken, in de verte een dal, lucht. Verhelst: ‘Kom ik de trappen op, kom jij de trappen af in een huis dat niet van ons is.’

Devriendt schildert kleine taferelen. Er zijn detailopnamen. Ze zijn als beelden uit een film. Zijn werk verwijst ook naar de beginperiode van de kleurfotografie. Verbazend is hoe hij die kleuren kan weergeven: alles is giftig geworden, de kleuren zijn veranderd en tot hun chemische samenstelling teruggebracht. Het raadselachtige in het werk van Devriendt komt doordat de sequenties die naast elkaar getoond worden, geen eenduidig verhaal vertellen. Om de waarheid te zeggen: ze vertellen geen verhaal. Het is de kijker die een verband zoekt. Elk tafereel afzonderlijk is bijzonder realistisch geschilderd (het verschil tussen methode, wat afgebeeld is en wat de betekenis is) maar je hebt niets aan die realiteit omdat de context onduidelijk is. Een mogelijkheid, een waarschijnlijkheid. Deze schilderkunst is niet realistisch, staat dicht bij de literatuur. De schilder geeft de kijker een verhaal, voegt aan de werkelijkheid een mogelijkheid toe. Dit is wat men noemt: rijkdom.

Advertenties