de bankier die sterft (2)

door johan_velter

De uitgever vroeg Herman Teirlinck een autobiografische schets. Die zou de introductie kunnen zijn tot het verzameld werk. De introductie werd een volwaardige roman én een hoogtepunt in de Nederlandstalige literatuur. De hoofdfiguur is Henri M., een oude bankier, die zijn hele leven gedaan heeft alsof. De levenskunst tot een hoogtepunt gebracht. Wat kunstenaars in hun kunst gedaan hebben, heeft Henri M. (een mengeling van Herman Teirlinck en Henri de Montherlant) in het leven gedaan. Het dilettantisme in de praktijk. Of de ironicus van Richard Rorty. De roman is niet zomaar een zelfportret –de feiten zijn niet de feiten- maar het gaat om de levenshouding, de visie op mens en maatschappij.Het ‘Zelfportret’ is daarmee één van de meest onthullende boeken geworden – zo hebben ook Christine D’haen (Uitgespaard zelfportret) en Paul Claes (Het hart van de schorpioen) zichzelf gemaakt.

Hugo Bousset heeft op het ‘postmoderne’ in deze roman gewezen. Het opmerkelijke in deze roman is de ge-vorm. De auteur spreekt tegen zichzelf, heeft zichzelf als object genomen. Hij is zichzelf het onderzoek. Door dit gebruik wordt de roman voortdurend versneld: ‘gij dit’ en ‘gij dat’ en ‘gij toen’ en ‘gij als’. De auteur drijft zichzelf/zijn personage steeds verder door het moeras dat hijzelf is. Hij doet dit niet om zichzelf (of ‘de mens’) te bevuilen maar om zichzelf helderder te maken. Beter. Schoner.

De spiegel is in deze roman een motief. Hij toont Henri M. zoals hij is en was, toont het verschil tussen het zelfbeeld en wat de anderen zien en weten. In het Westen staan boek en spiegel naast elkaar. Beide zijn objecten van reflectie, zelfanalyse. Beide bestaan door het kijken, het zichzelf objectiveren. Beide kunnen ook verkeren in het tegendeel: buitensporige luxe en koketterie. Met de kennisspiegel zijn zowel de schoonheid als de goedheid verbonden. Door zelfreflectie kan de mens zich beter maken: hij moet zich vervolmaken. Zoals de vorstenspiegel een blik liet werpen op hoe een goede vorst regeert. De zot houdt een spiegel voor. Spiegel en boek zijn stilstaande objecten. De hamer daarentegen is een bewegend attribuut. De vernietiging van de ‘Malleus maleficarum’ en ook is er een besnorde ‘filosoof’ geweest die hameren wilde.

Advertisements