de bankier die sterft (1)

door johan_velter

Herman Teirlinck (1879-1967) werd geprezen door Hugo Claus, Dora van der Groen, Jeroen Brouwers. Jan Walravens zei van hem: ‘Hij is de beweging zelf maar hij schijnt nooit veranderd te zijn. Hij vertoont de lijn van een primordiale structuur waarover onophoudelijk een impressionistisch licht speelt.’ Met een aantal romans is hij een typisch Vlaams schrijver: de boeren, de heren, het landschap. Maar hij is – en vooral – de steedse kunstenaar. De dandy, de dilettant, de man met stijl en spirit. Un dix-huitièmiste.

Nu een voorbeeld van zijn intelligentie. Hij was een verdediger van de experimentelen, de vijftigers, omdat hij vond dat er evolutie moest zijn, dat de vormen konden en moesten veranderen. Tegelijkertijd trof hij hen in hun zwakke plek: ‘Al deze moderne kunsten zijn kunsten van het instinct, van het onderbewuste, van de associatieve beeldvorming. Als dat zo is, hoe kunnen ze dan evolueren, voortgaan, scholen vormen?’ (uit Jan Biorix van Jan Walravens).

Er is een lijn te trekken van Herman Teirlinck, over Hugo Claus, naar Paul Claes en Jan Lauwereyns. Bij hen is literatuur een ernstig spel. Teirlinck was bezorgd om de toekomst, Claus exploreerde zijn verleden, Paul Claes wil steeds weer het verleden levend maken, Jan Lauwereyns speelt het spel met het weten, de kennis en het mogelijkheidsdenken.

Rokus Hofstede heeft in Yang, ooit een tijdschrift,een artikel geschreven over Teirlinck (nr. 4, 2001). Drie redenen gaf hij voor zijn fascinatie. Brussel, de sterke vrouwen in het werk van Teirlinck (het is ook dit aspect waardoor Harold Polis gefascineerd is) en zijn Vlaamse taal, de overdrevenheid ervan. Voor iemand die het exotische weigert te erkennen in het dialect, is dit laatste argument zwak. Wie het werk van Teirlinck herleest, hoopt dat dit ooit in hedendaags Nederlands vertaald mag en kan worden. Het is de enige manier om dit werk te laten bestaan. (Hetzelfde geldt ook voorschrijvers als Rabelais of Céline: hun werk is in vertaling gemakkelijker te lezen dan in het origineel.) Een taal kan evolueren en van zichzelf vervreemd geraken. Erik Menkveld schrijft over Teirlinck in zijn brievenboek ‘Met de meeste hoogachting’: ‘Afgezien van Marcel Proust, ken ik na Chrétien de Troyes geen auteur die het spel van de menselijke omgangsvormen zo genuanceerd en tot op het bot heeft beschreven.’ Menkveld spreekt van de roman ‘Zelfportret, of het Galgemaal’. Als er één boek is, dan dit.

Advertenties