lucretius in nederland (1)

door johan_velter

Piet Schrijvers had in 1966 de Lucretius-vertaling van A. Rutgers van der Loeff toegelicht. In 1984 heeft hij de vertaling van Aeg. W. Timmerman bezorgd en ingeleid. (In 2007 is bij uitgeverij Damon een vertaling van Marguerite Prakke verschenen.) Eind vorig jaar verscheen bij de ‘Historische uitgeverij’ de vertaling van Piet Schrijvers zelf. Ingeleid, geannoteerd en met een nawoord: Lucretius in Nederland.

Dit nawoord beslaat zeventig bladzijden in kleine letter op breed blad en is naar hedendaagse normen al een apart boek waard. De boeken van de ‘Historische uitgeverij’ worden vormgegeven door Rudo Hartmann. Ze zijn een aantrekkelijke mix van klassieke vormgeving en hedendaagse klaarheid. De verhouding letter en blad is altijd optimaal. De boeken zijn niet alleen mooi om te zien maar ook aangenaam in het gebruik. Het leesgemak is opvallend. (De overgang van blz. 577 naar 578 is echter niet goed opgelost; zo zijn er nog enkele voorbeelden.) De banden zijn ingenieus. Het gebruikte papier voor de schutbladen is mij bijna altijd te kitscherig maar het werkt wel. Het is tegendraads en tegelijkertijd zoekt het sympathie, is het behaagziek, decoratief. Het register is echter niet gebruiksvriendelijk. Het is een combinatie van annotaties en verwijzingen. Trefwoord en verwijzing staan te ver van elkaar. Er is geen onderwerpenregister en ook de begeleidende teksten van Schrijvers zijn niet opgenomen. Het plezier een register te lezen. Bij ‘Romeinen’ staat: ‘bevolking van Rome’. Bij ‘Troje, Trojanen’ staat: ‘inwoners van de stad Troje belegerd door de Grieken in de Trojaanse oorlog’. Bij ‘Zon(negod)’ staat ‘mythologische personificatie van de zon; zie Phaëthon. Bij ‘Phaëton’:‘zoon van de Zonnegod; […]’.

Lucretius is door de eeuwen heen blijven fascineren. Zijn visie op mens en wereld is materialistisch en antimetafysisch. Het leven is toeval en eindig. Zijn verdediging en uitwerking van het epicurisme is blijven nazinderen in de Westerse cultuur. Voor de enen een bevrijding, voor anderen een kritiek op het eigen denken en leven. Maar zijn werk is ook een teleurstelling: deze denkweg is enkel ondergronds gebleven, is niet dominant geworden. De leugen en het zelfbedrog zijn dat wel (geweest). Ook de vorm van zijn ‘De rerum natura’ is opmerkelijk. Een leerdicht geeft de lezer kennis via poëzie. Lucretius was zich zeer bewust van deze vorm. Boek vier begint met de rechtvaardiging van de dichtvorm. De goede arts bestrijkt de bekerrand met honing om de bittere medicijn te doen slikken. Zo gebruikt Lucretius zelf de elegante vorm van de poëzie om de leerstof aangenaam te maken.

In zijn nawoord schrijft Piet Schrijvers een receptiegeschiedenis en tegelijkertijd is dit een introductie tot het werk van Lucretius. Een opeenstapeling van kennis. Het verhaal begint bij ‘Het schilderboeck’ van Karel van Mander, naar Pieter Cornelisz. Hooft die op zijn ‘Muiderslot’ het levensmotto van het epicurisme (‘leef in het verborgene’) in praktijk kon brengen. (Elsschot schreef: ‘de wijze gaat liefst onopgemerkt voorbij’.) Piet Schrijvers toont aan hoe via de Nederlandse natuurfilosoof Isaac Beeckman (1588-1637) Lucretius een rol speelde in de ontwikkeling van de natuurfilosofie naar de verschillende wetenschappen. Hij bezat 4 uitgaven van Lucretius waaronder de Plantijneditie van 1595. Maar Schrijvers verhaalt ook van Vondel, de paap, die een anti-Lucretius geschreven heeft.

De grootse les die Lucretius ons gegeven heeft: elk systeem dat mensen beangstigt, moet bestreden worden.

Advertenties