rem en red

door johan_velter

Sommige literatuurbeschouwers gebruiken graag sociologische begrippen en plaatsen de literatuur dan in een maatschappelijk kader. De bibliotheek als culturele instelling wordt zelden in hun overpeinzingen opgenomen. Nochtans bestaat een houding niet zonder instellingen – al dan niet institutionele. Literatoren kennen de bibliotheek als het gaat om leenrecht maar niet als de bibliotheek als culturele instelling verdedigd moet worden. Integendeel, veel schrijvers zijn maar al te blij dat ook de culturele instellingen verworden zijn tot amusementshallen. Ze hopen te mogen optreden. De bibliotheeksector heeft er altijd op gewezen dat het lenen van boeken niet bezwaard mag worden, dat de schrijvers een sociaal statuut moeten krijgen. Auteurs kijken sip als ze de uitleencijfers van hun boeken zien.
Dirk van Weelden schreef een essay, ‘Literair overleven’. Het tijdschrift De gids (01, 2009) vroeg drie publicisten een reactie. Kernvraag bij Van Weelden is wat het betekent ‘dat de geletterde cultuur in de brede zin van het woord (literatuur inclusief geschiedschrijving, filosofie en essayistiek) aan culturele invloed verliest’.

Laurens van Krevelen, o.a. oud-uitgever, zet het schrijven in een ondernemingskader –wat iets anders is dan het commerciële.(Hij plaatst ook de (Nederlandse) bibliotheken in de bedrijfskolom –omdat ze leenrecht (geld) genereren.) Hij wijt de problematiek van het boekenvak aan de ‘algemeen maatschappelijke ontwikkeling van commercialisering, marktdenken, winstmaximalisatie en kostenreductie.’ Uitgeverijen werden opgenomen in mediaconcerns en het dagelijkse handelen verwijderde zich van een cultureel streven. Er is bovendien een verschuiving gebeurd. Waar uitgeverijen‘vroeger’ aan interne subsidiëring deden (een moeilijke auteur kon toch uitgegeven worden met de winsten van een populaire auteur) omdat men een genre (poëzie, essay) of een auteur belangrijk vond, gaat men nu uit van het koopgedrag van de consument. Niet langer de culturele waarde is doorslaggevend maar wel het markteffect. Niet langer de auteur is belangrijk maar wel zijn boek (een product om te plaatsen). Waar vroeger een lezer geïnteresseerd was in een oeuvre, is dit nu geworden tot een interesse in een afzonderlijk product. Scoren met een hit. Dit maakt van de auteur een hijgerig konijn: hij kan geen carrière meer opbouwen want hij is afhankelijk van de markt. Hij wordt niet gesteund door de uitgeverij – want die houdt zijn oeuvre niet beschikbaar – of door culturele instituties.

Laurens van Krevelen heeft geen oplossing: ‘Er moet een grondige omslag van het denken komen over het uitgeven en aan het publiek ter beschikking stellen van literaire en culturele uitgeven’ is al te vrijblijvend. En tegenstrijdig met wat hij eerder betoogde: als de ‘crisis’(de wijziging) een maatschappelijke is, dan kan een deelsegment het geheel niet veranderen. Ten derde houdt Van Krevelen geen rekening met de lezers zelf. Wat heeft het voor zin om een oeuvre beschikbaar te houden als die toch geen interesse meer kan opwekken? (Printing-on-demand is zelfs in deze zaak geen oplossing.) Hij is te optimistisch: hij meent dat als literaire tijdschriften hun laboratoriumfunctie zouden terugkrijgen dan ook ‘vanzelf’ abonnees zullen komen.

De uitgeverswereld is veranderd maar dat zijn ook de schrijvers en de lezers – want niemand staat buiten de tijd. En dus is ook de functie van literatuur gewijzigd. Van Krevelen geeft een aantal adviezen aan schrijvers en uitgevers maar die zijn te moralistisch omdat ze teruggrijpen naar een vroegere toestand. Het komt er op aan om in deze tijd te ageren. Om onszelf te verdragen.

Advertisements