vaas, verhelst

door johan_velter

Uit ‘Nieuwe sterrenbeelden’, de bundel van Peter Verhelst, werd het gedicht ‘Vaas’ gekozen als één van de beste gedichten uit 2008
(Gedichtendagprijzen: http://www.gedichtendag.org/read/90/9869).
Het gedicht kan echter moeilijk geïsoleerd worden. Het wordt gevolgd door 5 gedichten ‘Lady of the flowers’ en het gedicht ‘Ontwerp van de noodzakelijke vaas’. Deze gedichten gaan een dialoog aan met ‘Aan de vaas’ van Hans Faverey. Bij Faverey gaat het om zijn en niet-zijn, om vorm en inhoud, om een verleden en een heden. Wat is een ding en hoe verhoudt het zich tot de beweging, tot de tijd, de vernietiging? Kan iets wat ooit geweest is, ooit verdwijnen?

Ook bij Peter Verhelst is er sprake van een vaas die breekt. Is het breken te wijten aan de vaas zelf of aan de hand? In de eerste strofe van ‘Vaas’ suggereert Verhelst dat het de vaas is die de hand naar zich toetrekt en dat de scherven in de vaas reeds bestaan. Het ronde ding bestaat uit scherp gerande onderdelen. De tweede strofe vraagt zich af waarom de hand naar een vaas zou verlangen die verlangt gebroken te worden? En waarom wil de vaas zich breekbaar tonen zodat de hand (de overweldiger) naar de vaas verlangt?

De derde strofe suggereert dat de vaas van de hand een roos wil maken en omgekeerd dat de hand in de vaas een scherf wil vinden om zo de rozen uit de eigen pols te slaan.

Het is duidelijk dat de problematiek van Faverey hier omgebogen wordt naar en toepasbaar gemaakt wordt in een liefdesrelatie. De hand als de overweldiger, de vaas als het slachtoffer. Man-vrouw. De roos als het bloed, de liefde en het verlangen naar de dood. Hand en kwetsuur kunnen niet zonder elkaar, hebben elkaar nodig. Wie meester of slaaf is, is onduidelijk. Er is tussen beide een onverbrekelijke band.

‘Lady of flowers’ bestaat uit vijf gedichten.

1. Ook hier weer een exploratie van datgene wat (nog?) niet is. Liefde is verlangen. Liefde is het onbestaanbare bestaand maken. De poëzie van Verhelst is een vegetale: groeien, bloeien, woekeren. De natuur is bij hem een onbekende factor, staat los van de rationele mens. De natuur is een wereld waar individuen in op kunnen gaan, om zich te verliezen. De liefde is natuur, is lichaam, huid op huid. De zinnelijkheid staat centraal. Maar het is het bewustzijn, het zinnelijk zingen dat betekenis geeft. Steeds is er de verwondering over wat gebeurt. Het is de fantasie die de natuur beweegt, op de mens betrekt:

‘Er moet een bloem bestaan, rond je vinger sluitend als een ring.’

2. De wereld die Verhelst oproept, is die van een hortus conclusus. Hij beschrijft een artificiële natuur, een natuur die ten dienste staat van een liefdeshoogmis. Zoals de natuur van natuur ontdaan is, zo ook de figuren. De verhoudingen zijn artificieel, bedacht. Er is geen (storende) buitenwereld. Er is enkel een theaterpodium. En daarop wordt seks bedreven. Er worden geen daden beschreven maar gevoelens.

3. Dit is een visuele wereld: er wordt gehandeld om te kunnen kijken, om bekeken te worden. Het is het oog dat de wereld doet bewegen. Wat gezien wordt, is dat wat verlangd wordt. De fantasie is het belangrijkste:

‘Opwinding: niet wat je krijgt, maar wat je denkt te zullen krijgen.’

Niet de realiteit maar het verbeelden is orgastisch. De natuur is hier geen natuur maar verbeelding. Maniërisme. Het koppel is bij Verhelst een ideaal. Letterlijk: een deksel op een potje, hier is het onmogelijke mogelijk. Alles past in elkaar: ‘als mond rond je tong’. Liefde maakt het onmogelijke mogelijk: ‘een warme / bloem die uit jou opschiet’. (Helaas wordt dit gevolgd door ‘uitleg’: ‘-omdat in een liefde zoals deze niets is wat het lijkt.’

4. In het derde gedicht werd al onheil aangekondigd ‘je grijpt in zwarte lucht’. In het vierde is er de mogelijkheid van de dood, het vernielen. Dat in onszelf zit: ‘Het is zo verleidelijk / iets dood te laten bloeden, alleen maar omdat het er is;’. Maar ondanks alles, is er de belofte: ‘Ik zal.’ (Wat we natuurlijk nog zullen moeten zien.)

5. Het laatste gedicht van “Lady of the flowers” is een overweldiging in de liefde, een overgave, een zich verliezen, een pijn en een vreugde.

De reekstitel verwijst naar de Engelse vertaling van ‘Notre dame des fleurs’ van Jean Genet. Bloemen doen ook denken aan de bundel ‘Witte bloemen’ van Verhelst zelf –en dus aan Baudelaire. ‘Lady of the flowers’ is een songtekst van Placebo (‘This lady of the flowers, And her hypnotic gaze’).

‘Ontwerp van de noodzakelijke vaas’ is een beschrijving van het theatrale. Zo moet de figuur staan en dit moet ze doen: de scherven van de vaas moeten omgevormd worden tot een vuistroos. Er wordt terugverwezen naar het eerste gedicht. De vaas wordt heel gemaakt. En dit is dan de perfecte vaas: er is geen onderscheid meer tussen lichaam en ding. Alles valt samen. Het is de droom van de alchemie. De eenwording van man en vrouw:

‘Van hieruit gezien schuift een stengel in en uit de vaas
die je bent.’

Advertenties