troef

door johan_velter

We beginnen eerst met een uitschuiver. Guy Cassiers spreekt in De Morgen van 27/12/08 over zijn engagement: “De machthebbers staan heel ver van het slagveld en van de slachtoffers die ze maken. Dat was al zo in de allereerste oorlog, die van Troje, […].” Dat was dus niet zo. De machthebbers en zelfs de godenkinderen werden geofferd, verminkt, vermoord. De cliché’s – én de waarheden- van deze tijd gelden daarom niet voor het verleden. Er lijkt te veel (zo goed, I.?) werkelijkheid te zijn voor onze hersenen. Maar even verder gaat Cassiers de realistische toer op. Wat is het bereik van een theater? Die is klein, zegt hij en hij vervolgt: “[Meer] moet je ook niet proberen. Dat is niet elitair zijn, maar realistisch. Ik kan alleen proberen om die groep mensen die ik wél bereik zo sterk mogelijk te stimuleren.”

Deze uitspraak toont hoe de tijd veranderd is. Nog een aantal decennia geleden was er een cultuurpolitiek: iedereen moest van cultuur kunnen genieten, moest cultuur begrijpen om op die manier meer mens te worden. Het ideaal was een dynamisch begrip: er moest gewerkt, gestudeerd worden. Nu is cultuur een segment van de amusementscultuur geworden. Cultuur staat naast shopping, voetbal, liedjes, natuurwandelen, saunabezoek. Elk ding staat op zichzelf, heeft geen relatie met iets anders. Van een schrijver wordt een boek gelezen maar het is niet meer evident om van een boek naar een oeuvre te stappen. Cultuur heeft niet meer die centrale rol – als ideaal. Niet alleen de maatschappij is veranderd, ook de cultuur (de kunst, de literatuur, de beeldende kunst) lijkt een eindpunt bereikt te hebben en is haar dynamisme kwijt. Cultuur is dus tevreden met wat ze heeft: een aantal enkelingen. De Kevins van deze tijd zeggen mij: “Vroeger was dat ook zo. Cultuur is altijd elitair geweest.” Dit is onjuist. Het verschil zit hem o.a. in de aspiraties die men nu heeft,die men vroeger had.

Dit brengt ons naar het laatste nummer van Nieuwzuid waarin Erik Spinoy het heeft over de statusverandering van literaire prijzen. Ik kom hierop terug. Maar hét huzarenstukje van dit nummer is de bijdrage van Marc Reugebrink. Dit artikel zou verplichte leerstof moeten worden voor studenten logica, psychologie, sociologie, reclametechnieken, moraal. Nog zijn de redacties van Nieuwzuid en Yang niet officieel samengevoegd en daar heeft de eerste de tweede al een loer gedraaid.

Advertenties