louis ferron

door johan_velter

Louis Ferron, een schrijver uit de jeugdjaren en voor de jeugd? Misschien. Toch behoort hij tot die lichting schrijvers die een carrière gehad heeft die verder reikte dan wat toen (en ook nu nog?) gezien werd. Hij stond voor een schrijverschap dat verbonden was met het studeren, het onderzoeken, het problematiseren van de eigen cultuur – zoals Thomas Mann met zijn oeuvre de eigen tijd begeleidde en analyseerde. Ferron bleef echter te veel in het verleden hangen en was daarom een schrijver op het tweede plan. Geen tweederangsschrijver. Romantechnisch was hij een interessante schrijver, het doorwrochte werd zichtbaar in de structuur van zijn boeken. Hij was een adept van het experimentele zonder in het experiment te blijven hangen.

Sven Vitse schreef in Yang, 2008, nr. 3 een artikel over Ferron en zocht het woord romantiek in twee woordenboeken op. Hij onthoudt: ‘Bij de romantiek horen met andere woorden een verlangen naar bevrijding uit overgeleverde, klassieke codes, een voorkeur voor het niet-rationele, een afkeer van de westerse, verstedelijkte beschaving.’ Wij onthouden ‘met andere woorden’. Hij vervolgt: ‘Ogenschijnlijk keren deze romantische karakteristieken in wisselende samenstellingen terug in twintigste-eeuwse avant-gardebewegingen, maar eenduidig is die verhouding allerminst. In Marinetti’s futurisme zijn het de moderne stad en de nieuwe technologie die verheerlijkt worden, niet de natuur. De hang naar het niet-rationele kan de vorm aannemen van een exploratie van het onbewuste, zoals in het surrealisme, maar bij de vergeestelijking en verregaande abstractie van het constructivisme van Mondriaan of het suprematisme van Malevitsj is de verhouding tot de westerse ratio weer helemaal anders.’

Wij onthouden ‘maar eenduidig is die verhouding allerminst’ en ‘weer helemaal anders’. Sven Vitse vervolgt met een verwijzing naar de muziek. De wereld en het werk van Ferron worden op de volgende manier met elkaar verbonden –wat is dit schrijven gemakkelijk: de citaten tonen zichzelf: ‘Louis Ferron heeft in zijn proza vaak gezocht naar een manier om de negentiende eeuw met de twintigste te verbinden. De (Duitse) romantiek en de (Duitse) avant-garde waren frequent bezochte haltes op dat traject – en steevast mondde dat traject uit in het fascisme. Ferron brengt de twee gezichten van Duitsland ‘face to face’: […].’ Het is onjuist te zeggen dat dit traject in het fascisme eindigde. Wel is waar dat de geschiedenis volgens Ferron in het fascisme samenkwam. Niet moeilijk ook, zo is de geschiedenis nu eenmaal gegaan.

Het gaat hier nu om Mondriaan en Malevitsj. Uit het artikel blijkt niet wat de auteur bedoelt met ‘weer helemaal anders’. Mondriaan was een adept van madame Blavatsky, een onzin-allegaartje. Malevitsj was een religieus mens die zichzelf een profeet noemde. Het gaat bij beide schilders dus helemaal niet om iets anders. Beiden zijn een bewijs dat de avant-garde verbonden is met een metafysica die geen realistische gronden heeft. Een deel van de moderne kunst heeft zich van de wereld afgewend en een denken aangenomen dat de realiteit afwijst. Te gemakkelijk denkt men dat het abstracte met een rationeel-wetenschappelijk denken te maken heeft. In deze beide gevallen verwijst het abstracte naar de vormenwereld van Plato. Wat SvenVitse met beide namen bedoelt, is onduidelijk maar heeft ook geen gevolgen voor zijn artikel. Er wordt verder niet meer naar verwezen. Bladvulling.

Louis Ferron is het typevoorbeeld van de twijfelaar: enerzijds een hang naar het romantische, anderzijds een kind van zijn tijd waar de romantiek het speelgoed van pubers geworden is. Een vals bewustzijn. Ferron is een schrijver die alle facetten van zijn wereldbeeld exploreert zoals een gevangene zijn cel. Hij heeft niet de mogelijkheden om te ontsnappen aan wat hem verhindert zichzelf te bevrijden. Vandaar het statische van zijn werk. Hij is zich bewust van deze tweespalt. Anders dan Thomas Mann, die een schrijver is die zijn eigen tijd analyseert en met elk boek een stap vooruit zet, een overwinning op zichzelf –als een product van zijn tijd- behaalt. Dit is het verschil tussen een schrijver en een genie.

Zo ook dit artikel. Vitse bespreekt het werk van Ferron maar doet er niets mee. Hij zegt na wat de schrijver eerder geschreven heeft. Terwijl we moeten verwachten dat de inzichten van Ferron toegepast worden op wat nu ‘bon ton’ is. Hoe hedendaagse schrijvers even goed de verdedigers van de macht geworden zijn; hoe hun poëtica een andersverwoorden is van de wetten van de consumptiemaatschappij; hoe er een kloof is tussen het zelfbeeld en het maatschappelijk functioneren. Toegepast marxisme: bovenbouw-vals bewustzijn.

Het gaat om de status van de literaire kritiek, om de levenskracht van een ‘literatuurwetenschap’, over het nut van publicatiedwang.

Advertenties