krapps laatste band

door johan_velter

De NTGent-voorstelling ‘Krapps laatste band’ kreeg vernietigende kritieken in de Vlaamse pers. Niet terecht. Natuurlijk is de regie van Johan Simons nogal kinderachtig. Er is sprake van een liefje, dan vindt Krapp een stuk lingerie. De tekst maakt melding van een groene overjas en waarachtig er is ook op het podium plaats voor een groene overjas. Dit zijn fouten van een beginnende regisseur. Maar wat is er ook te verwachten van een regisseur die het werk van Houellebecq reduceert tot een liefdesverhaaltje? Even dwaas zijn de rekwisieten. Een tafel die licht geeft of een bandopnemer die geen bandopnemer is. Nog dwazer zijn de problemen van Simons met seksualiteit.

En toch is deze opvoering een verademing. Het acteerspel van Steven van Watermeulen en de vertaling van Peter Verhelst geven het stuk van Beckett een nieuwe impuls. Eigenaardig, want zowel acteur als schrijver behoren tot de barokke richting en dat lijkt haaks te staan op het minimalisme van Beckett. In deze opvoering is de acteur erin geslaagd om zowel de tragiek als de humor op toneel te zetten. Angst en woede zijn geen tegengestelden. Luid roepen en stil prevelen, zingen: uitingen van onaangepastheid. Het werk van Beckett is een weglachen van ambities, van verlangens. Terwijl je weet dat er nog zoveel overgebleven is. Nee, Beckett is niet de illusieloze. Hij is diegene die illusieloos zou willen zijn. Daarom is er lijden.

Advertenties