11 oktober: een kwaadaardige 1 april

door johan_velter

Het VCOB (het Vlaams Centrum voor Openbare Bibliotheken) is, naast een reisbureau, ook een steunpunt voor het openbare bibliotheekveld (van de vijf laatste woorden zijn er twee te modieus). Er zou studie verricht moeten worden, het veld (sic) ondersteund. De studies worden verricht door politiek bevriende professoren. Daardoor is de uitslag van het onderzoek al bij voorbaat gekend. De onderzoeksmethodes zijn niet geavanceerd. Routinewerk. Altijd zijn er succesverhalen. (Vraag niet naar de meetmethode.) Elke morgen zingen ze op het VCOB het optimistenlied en worden ze vakkundig opgepompt. Omdat de tofheid centraal staat in hun leven, is de marketing het meest begeerd. Boeken zijn saai. En van cultuur krijgt men rimpels in het voorhoofd. Een hoogtepunt – en dat elk jaar – is de ‘Bibweek’. Hoog is het verlangen, hard de wind, ijl de lucht. Dit jaar heeft men (smak,smak) een ware vondst gedaan. De bibliotheek staat voor kwalitijd (sic). Ter gelegenheid van de ‘Bibweek’worden tijdcheques gegeven. Gul, in overvloed, gratis en met de glimlach. Er is een cheque voor een intiem privé-optreden naar keuze. Jeffrey denkt aan een striptease. Jeroen aan Janet Jackson. Luc aan een liedrecital door Anne Sofie von Otter. De bibliotheek geeft echter niets: men bedoelt dat men cd’s kan lenen – maar niet alle bibliotheken hebben cd’s. En als ze cd’s hebben, zal de bezoeker in de meeste gevallen leengeld betalen.

Dit is een dode mus. Dit is snert. Dit is een leugen.

Er is nog een andere cheque. Deze is voor anderhalf uur inleefstage.Volgens het VCOB is dat de leesduur voor een gemiddelde roman. En wat staat er in een roman volgens die neporganisatie (de clichés worden betaald) ? “Je kunt het zo gek niet bedenken (dat doen de auteurs wel voor je) of er bestaat wel een personage waar jij je thuis zomaar, gratis en voor niets, eens lekker mag in inleven (of uitleven, ’t is maar hoe je het bekijkt).” Veel correctiewerk op de stijl is hier ook niet gebeurd. (En we zwijgen dan nog over de vormgeving van dit snertding: door meisjes, voor meisjes.)

Een derde cheque geeft ‘een tocht in vogelvlucht naar dromenland’. Heel duidelijk is niet wie hier met ‘jou’ bedoeld wordt: in de tekst wordt zowel het kind als de volwassene aangesproken. Deze cheque dient om… naar de jeugdbibliotheek te gaan alwaar men zich een boek kan aanschaffen om voor te lezen waardoor dat snertjong eindelijk zal inslapen. Die mentaliteit dus. Dan is er in Oost-Vlaanderen nog een cheque voor de archeologische musea van Velzeke en Ename. Let wel: je krijgt een korting van 1,25 euro. Het zal een stormloop gaan geven daar. En dan zijn er nog unieke (sic) kindermiddagen op woensdag en zaterdag in vier Antwerpse musea. Terwijl de ouders hun kind afgeven en de voorlezers als babysit gebruiken, kunnen de ouders het museum bezoeken. Alweer met korting – hier toch al 2 euro.

Wat de kers op de taart is: ga op 11 oktober naar de bibliotheek om een Bib-agenda af te halen. Ik citeer “Kom op 11 oktober naar de Bib en haal voor één jaar de tijd van je leven (en een fantastische Bib-agenda in huis).” Wondere mensen zijn het, die van het VCOB, weldoeners en magiërs: door op één bepaalde dag naar de bibliotheek te gaan, zul je een jaar lang de tijd van je leven beleven. (Dat is zo: met die computers kan men al veel doen.)

Het zou wel eens kunnen zijn dat niet iedereen een agenda krijgt – wegens te duur, wegens te weinig, wegens dit en dat.

De verantwoordelijke uitgever voor dit bedrog is Guido De Brabander. Voorzitter van de Raad van Bestuur van het VCOB. Hij is professor aan de Universiteit van Antwerpen en “Academisch coördinator opleiding Master in het Cultuurmanagement. staat er een instantie voor oneerlijke reclamepraktijken?

Men geeft cheques voor zaken die heel het jaar door aangeboden worden. Men haalt mensen naar de bibliotheek en als ze daar staan met hun cheque, moet het personeel met de zure glimlach ‘gefopt!’ roepen. Er worden instructies gegeven. Het personeel moet de twee wijsvingers over elkaar wrijven, terwijl het ‘sliep, sliep’ zegt. De boodschap van het VCOB is: ‘wie is er nu zo dom om naar de bibliotheek te gaan?’

De taal is rijk. Een selectie, met dank aan L. Brouwers. Bedriegers, gauwerds, lokvinken, luiszakken, beurzensnijders, kwakzalvers, lapzalvers, charlatans, oplichters, knopendraaiers, zwendelaars, oplichters, lorrendraaiers, oude ratten, jokkebrokken, simulanten, hypocrieten.

Dit is de tragiek: de culturele sector introduceert de middelen van de economische wereld – maar heeft niet hetzelfde te bieden (gratis! sensatie! nog meer!) en de methodes zijn daardoor lucht. Cultuur is inhoud en dit is wat aangeboden moet worden. En men doet dit op een geciviliseerde manier. In de culturele wereld moet men zich gedragen als volwassenen. Maar de meisjes van het VCOB willen geen inhoud. Ze willen op televisie komen.

Men zal zeggen: dit is ironisch bedoeld. Men liegt. Ze verweren zich met het woord ironie om het eigen lege hoofd te verdoezelen. Een woord hebben ze gehoord, de betekenis verkwanseld.

In één persoon kan een paradigmawissel zichtbaar zijn. In de humaniora kreeg Dirk van Bastelaere les van Anton van Wilderode, de voorlaatste priester-dichter. Als volwassene volgde hij les bij deze Guido De Brabander.

Advertisements